Het belang van pensioen in het totale vermogen van Nederlandse huishoudens neemt toe. Eind 2019 waren pensioenfondsen goed voor 70% van het totale financiële vermogen, een stijging van 15%-punt sinds 2008.

Dat blijkt uit een onderzoek van Efama naar de verdeling van het financiële vermogen van huishoudens in alle 27 EU-landen plus het Verenigd Koninkrijk.
De Europese belangenvereniging voor vermogensbeheerders constateert dat het vermogen in pensioenfondsen als percentage van het totale vermogen sinds 2008 nergens zo hard is gestegen als in Nederland.

Ook zit er nergens anders in Europa zoveel geld van huishoudens in pensioenfondsen als in Nederland (70%). Voor nummer twee het Verenigd Koninkrijk is dit slechts 51%. Gemiddeld hebben Europese huishoudens een kwart van hun geld in pensioenfondsen zitten.

De sterke groei van het vermogen in pensioenfondsen met meer dan €1.000 mrd tussen 2008 en 2019 (zie tabel) valt volgens Efama vooral terug te voeren op de goede rendementen op de kapitaalmarkten. Hoewel de pensioenpremies de laatste jaren ook zijn gestegen, verklaart dat maar een klein deel van de toename.

Verdeling vermogen huishoudens in Nederland en Europese Unie
(in miljarden euro's)      
         
Nederland 2008 2019    
Spaardeposito's 347 445    
Pensioenfondsen 711 1739    
Overig * 245 302    
Totaal 1303 2486    
         
EU + VK 2008 2019    
Spaardeposito's 7838 11620    
Pensioenfondsen 4036 7960    
Overig * 7469 11436    
Totaal 19343 31016    
         
* Onder overig vallen levensverzekeringen, beleggingsfondsen, obligaties en aandelen.
         
    Bron: Efama    

Relatief minder geld op de bank

Huishoudens in met name Zuid- en Oost-Europese landen hebben hooguit een paar procent van hun vermogen in pensioenfondsen zitten. Zij stoppen hun geld in plaats hiervan in levensverzekeringen, beleggingsfondsen en spaardeposito’s.

Hoewel Nederlanders de naam hebben een spaarzaam volkje te zijn, blijken Nederlandse huishoudens van alle Europese landen het minst afhankelijk van spaartegoeden. Waar huishoudens gemiddeld in Europa 37% van hun vermogen op de bank hebben staan, is dat voor Nederlandse huishoudens slechts 18%, een daling van 9%-punt sinds 2008.

Efama noemt de daling ‘indrukwekkend’, maar feit is dat de Nederlandse spaartegoeden in absolute zin, en ondanks de almaar dalende rente, nog steeds stijgen. Die stijging is alleen veel minder sterk dan die van het pensioenvermogen.

Dat Nederlandse huishoudens relatief weinig geld op de bank hebben staan en via pensioenfondsen veel beleggen, betekent niet dat er een beleggingscultuur bestaat in Nederland, zo nuanceert Efama de resultaten van haar onderzoek.

Weinig zelfstandig beleggen

De belangenclub baseert zich daarbij op een onderzoek van de AFM uit 2019, waaruit blijkt dat maar 18% van de Nederlandse huishoudens zegt te beleggen in beleggingsfondsen of individuele aandelen of obligaties. ‘De meeste Nederlanders beleggen automatisch via hun pensioenfonds, zonder dat ze zich realiseren dat ze daarmee ook beleggers zijn’, constateert Efama.

Zelfstandig beleggen lijkt in vergelijking met de rest van Europa inderdaad weinig ingeburgerd in Nederland. Waar Belgische huishoudens een vijfde van hun vermogen hebben belegd in beleggingsfondsen, is dat voor Nederlanders maar 4%. Ook in individuele aandelen wordt maar weinig belegd: daarin zit maar 2% van het financiële vermogen van Nederlandse huishoudens. Alleen voor Slowaakse huishoudens is dit percentage lager.