ABP heeft sinds eind maart ruim €600 mln belegd in ‘corona-obligaties’. PFZW zit daar voor €20 mln in, terwijl PMT en PME ze links laten liggen. 

De opbrengst van coronaobligaties wordt gebruikt voor bestrijding van de Covid-19-pandemie en de gevolgen daarvan. Het gaat onder meer om het verbeteren van de gezondheidszorg en ondersteuning van het midden- en kleinbedrijf in Europa en de rest van de wereld.

ABP heeft inmiddels ruim €600 mln zitten in coronabonds. De grootste belegging is de €176 mln die in april werd gestoken in een obligatie van de Wereldbank. Deze lening moest bijdragen aan een noodpakket van €13 mrd voor ondersteuning van landen die werden getroffen door het coronavirus. Met de opbrengsten werden onder meer de uitbreiding van testcapaciteit, training van medisch personeel en de aankoop van beschermingsmiddelen gefinancierd.

Het ambtenarenfonds stak daarnaast in juni €72 mln in een obligatie van de International Development Association, de tak van de Wereldbank die zich richt op de armste landen in de wereld. De derde grootste belegging van ABP was €42 mln in een uitgifte van Unédic, de Franse uitvoeringsinstantie voor werkloosheidsuitkeringen. De organisatie heeft programma’s opgezet, zodat bedrijven werknemers niet ontslaan.

Voor ABP vallen coronabonds onder de categorie sociale of duurzame obligaties. APG heeft in mei een leidraad gepubliceerd voor uitgevende instanties over wanneer een coronaobligatie voor dit etiket in aanmerking komt. Zo moet de uitgever een impactrapportage kunnen leveren en duidelijk maken welke doelgroep profiteert van de opgehaalde gelden.

PFZW, PME en PMT minder enthousiast

PFZW heeft in maart €20 mln belegd in een bond van de Noordse Investeringsbank. Daar is het tot nu toe bij gebleven. ‘Andere opties vielen niet binnen het mandaat van PGGM, bijvoorbeeld omdat ze niet in euro’s zijn uitgegeven’, aldus het fonds.

PMT en PME zeggen niet in obligaties te zitten die zijn gelabeld als corona-bonds. De fondsen nemen wel deel in extra gewone obligatie-uitgiftes van overheden, die indirect ook zijn bedoeld om de gezondheidssituatie in hun land te verbeteren, of het midden- en kleinbedrijf te ondersteunen. ‘Indien er meer coronabonds vanuit de EU zouden komen, staan we daar positief tegenover. Economisch herstel in Europa is belangrijk voor alle landen en ook de pensioenfondsen’, reageren de fondsen schriftelijk.

De metaalfondsen wijzen erop dat het aantal obligaties dat specifiek is gelabeld als ‘corona-bond’ vrij beperkt is.

NN IP heeft becijferd dat de markt voor sociale bonds sinds april 72% is gegroeid van €46 mrd naar €79 mrd. De groei wordt volgens de vermogensbeheerder vooral veroorzaakt door de uitgifte van corona-obligaties. NN IP belegt zelf niet in sociale obligaties. Vanuit Nederland is De Nederlandse Waterschapsbank tot nu toe de grootste uitgevende partij (€8,7 mrd op een totaal van €9,7 mrd).

Groei verwacht door toetreding bedrijven

Toch verwacht NN IP dat de markt voor sociale obligaties verder zal groeien. ‘Bedrijven die in hun activiteiten en toeleveringsketens sociale kwesties willen aanpakken, kunnen hun financiering zoeken via sociale obligaties’, zegt portfoliomanager Jovita Razauskiate. ‘Met toenemende liquiditeit worden sociale obligaties steeds geschikter als impactbelegging. Een voorwaarde is wel dat er meer gestandaardiseerde impactrapportages komen. Dit zou de transparantie en de geloofwaardigheid verbeteren.’

Razauskiate verwacht echter dat belangrijkste emittenten agentschappen, supranationale organisaties en financiële instellingen blijven. Zij zijn nu goed voor respectievelijk 51%, 16% en 13% van alle uitgiftes.

De markt voor sociale obligaties is veel kleiner dan die van groene obligaties. Daar is dit jaar voor €595 mrd aan uitgiftes gedaan. In obligaties waarin zowel een sociaal als groen doel zit (duurzame obligaties), is dat €81 mrd.