Factorbeleggen maakt al jaren onderdeel uit van de aandelenportefeuilles van veel pensioenfondsen. In de obligatieportefeuilles werd tot voor kort niet of amper aan factorbeleggen gedaan. Maar dit lijkt te veranderen.
 

Volgens de jongste editie van de jaarlijkse Global Factor Investing Study van vermogensbeheerder Invesco gelooft inmiddels 98% van de ondervraagde institutionele beleggers dat factorbeleggen ook toepasbaar is bij obligaties, tegen 62% twee jaar geleden.

Dat betekent nog niet dat factorbeleggen in obligaties nu al massaal wordt toegepast. Hoewel de voor de studie ondervraagde beleggers gezamenlijk ruim $25.000 mrd aan vermogen onder beheer hebben, schat Georg Elsaesser, portfoliomanager kwantitatief beleggen bij Invesco, het ‘marktaandeel’ van factorbeleggen in de obligatiemarkt op niet meer dan een paar procent. ‘In aandelen ligt dat tussen de 10 en 20%.’

Bijna de helft (46%) van de institutionele beleggers overweegt op dit moment een allocatie naar factorbeleggen in de obligatieportefeuille. Een minderheid van 37% heeft daadwerkelijk al een belegging gedaan.

Veel beleggers worstelen nog met de implementatie van factorbeleggen, blijkt uit het onderzoek. Zo vindt 72% dat het gebrek aan liquiditeit op de obligatiemarkten voor problemen zorgt. ‘De liquiditeit is inderdaad vaak veel minder dan op de aandelenmarkten. Daardoor zijn transactiekosten hoger en kun je vaak niet precies de portefeuille samenstellen die je hebben wilt. Dat maakt implementatie lastiger’, aldus Elsaesser.

Ook bestaan er volgens 43% van de respondenten nog te weinig kant-en-klare producten om in te beleggen en bestaat er nog veel onduidelijkheid over de vraag wat factorbeleggen in obligaties nu precies is, zegt 56%. ‘Het gebrek aan duidelijke definities van de factoren waarin je kunt beleggen, vormt inderdaad een barrière voor beleggers’, stelt Elsaesser. Maar volgens hem is dat een probleem van voorbijgaande aard: ‘Bij factorbeleggen in aandelen zagen we vijftien tot twintig jaar terug iets vergelijkbaars.’

Waarde en kwaliteit

Factoren zijn niet één-op-één te kopiëren van aandelen- naar obligatiebeleggen, benadrukt Elsaesser, maar er zijn wel degelijk raakvlakken. Zo blijkt twee derde van de ondervraagde factorbeleggers de bekende ‘aandelenfactoren’ waarde en kwaliteit ook in hun obligatieportefeuilles te gebruiken. Andere veelgenoemde factoren zijn yield/carry (64%), liquiditeit (63%) en, nog een bekende, low volatility (53%).

Kwaliteit en low-vol zijn, net als bij aandelen, factoren met een sterke onderlinge correlatie. ‘Kwaliteit’ betekent beleggen in obligaties met een hoge kredietbeoordeling, en bij low volatility beleg je daarnaast ook in schuldpapier met een relatief kortere looptijd dan de benchmark.
‘Waarde’ betekent in obligatieland volgens Elsaesser dat je belegt in schuldpapier met een relatief hoge risico-opslag ten opzichte van hun kredietbeoordeling. ‘Dat zou erop kunnen duiden dat de markt het risico op wanbetaling voor zo’n obligatie te hoog inschat.’

Een laatste belangrijke factor is carry, oftewel kredietrisico. Zowel low/vol, waarde als carry leveren volgens onderzoek van Invesco op de lange termijn outperformance op (zie grafiek). Momentum is volgens Elsaesser de enige ‘aandelenfactor’ die bij obligaties geen alfa oplevert.

Invesco graph nieuwe

Elsaesser meent dat het daarom een kwestie van tijd is totdat factorbeleggen ook voor obligaties ingeburgerd is. De Duitser verwacht dat beleggers vooral zullen kiezen voor multi-factorstrategieën, zoals ook in aandelenportefeuilles gebeurt (81% van de institutionele beleggers doet dit). ‘Als gevolg van de lage rente is het niet erg interessant meer om simpelweg de markt te volgen omdat de rendementsvooruitzichten laag zijn. En ook de volatiliteit in maart, toen de markt voor bedrijfsobligaties wild op en neer bewoog. kan een stimulans zijn voor factorbeleggen.’

‘Past ook in matchingportefeuille’

Factorbeleggen is in principe net zo geschikt voor de matching- als voor de returnportefeuille, zegt de portfoliomanager. ‘Voor welke factoren een belegger kiest, hangt vooral af van diens strategische assetallocatie.’ Uit het onderzoek blijkt dat het merendeel van de ondervraagde beleggers factorbeleggen gebruikt in alle obligatiecategorieën, van staatsobligaties tot schuldpapier uit opkomende markten, hoewel er wel flinke regionale verschillen bestaan (zie figuur).

assetclasses factorinvesting 002 invesco tweede