ABN Amro Pensioenfonds slaagde er tussen 2007 en 2019 als enig groot fonds in het rendement op zijn verplichtingen te verslaan. De ‘consistente focus op risicomanagement’ bij de beleggingen is een bepalende factor, aldus het fonds.

Over de ‘ftk-periode’ 2007-2019 is het fonds van ABN Amro het enige uit de top vijftig grootste pensioenfondsen met een positief relatief rendement, meldde Pensioen Pro in september. Het rendement op de beleggingen was in deze periode gemiddeld 8,6% per jaar, terwijl de verplichtingen 7,9% stegen. Dat leverde een relatief rendement van 0,7% op.

‘Het bewust nemen van risico’s om onze ambities te bereiken is het uitgangspunt van ons beleggingsproces’, zegt Maarten Roest, hoofd vermogensbeheer en uitvoerend bestuurder van het fonds. Sterker nog: in de jaarlijkse alm-workshop van het pensioenfonds, waarin het beleggingsbeleid voor het komende jaar wordt vastgesteld, praat het dertienkoppige bestuur alleen maar over ambities en risico’s en niet of nauwelijks over de onderliggende beleggingsportefeuilles.


In deze serie publiceert Pensioen Pro interviews met cio’s/bestuurders van pensioenfondsen over het beleggingsbeleid. Eerder verschenen beleggingsprofielen van Rabobank Pensioenfonds, Tandartsen Pensioenfonds, Pensioenfonds Werk en (re)Integratie en KLM-Cabinepersoneel.


Blind proeven

‘Tijdens die workshop delen we het bestuur op in twee groepen die elk afzonderlijk hun voorkeursstrategie bepalen’, legt hij uit. ‘De beleggingscommissie biedt het bestuur een zo breed mogelijk spectrum van tien verschillende risicoprofielen waaruit ze kunnen kiezen. Vooraf hebben we vastgesteld dat de voorstellen beleggingstechnisch uitvoerbaar zijn.’

De workshop vindt plaats via blind tasting, vertelt Roest. ‘Dat zit hem erin dat de bestuurders niet kunnen zien wat de onderliggende portefeuille is die bij elk risicoprofiel hoort. Zo vermijd je discussies op microniveau over bijvoorbeeld aandelen op- of afbouwen en houd je de focus op het realiseren van de doelstellingen van het fonds en het risico dat daarbij hoort.’ De strategieën die centraal staan in de workshop hebben elk diverse uitkomsten wat betreft de kans op indexatie, het verwacht pensioenresultaat, het dekkingsgraadrisico en de kans dat gekort moet worden.

Als beide groepen hun voorkeursoptie hebben bepaald, volgt een plenaire discussie. ‘Daarin bespreken we de verschillen en overeenkomsten, en de overwegingen van de twee groepen daarbij zodat we als bestuur tot een algehele visie kunnen komen.’ Pas nadat het besluit is genomen, krijgen de bestuursleden de onderliggende beleggingsportefeuille te zien.

Die portefeuille blijkt door de jaren heen steeds conservatiever te worden. Roest: ‘Je ziet toch wel dat risico steeds verder van tafel wordt gehaald omdat de dekkingsgraad de afgelopen jaren, tot eind 2019, is gestegen. Daardoor was minder risico nodig om onze ambitie te halen. Als gevolg daarvan gaat het percentage aan beleggingen in de returnportefeuille dus steeds iets verder omlaag.’

De blindproefmethode wordt sinds kort ook gebruikt door pensioenfonds KLM Cabinepersoneel. Ze is daar geïntroduceerd door Mark-Jan Boes, die vorig jaar de overstap maakte van het ABN Amro Pensioenfonds.

Semi-passief

De focus op risicomanagement komt ook terug in het beleid voor het aanstellen van de externe vermogensbeheerders. ABN Amro Pensioenfonds heeft geen fiduciair beheerder en doet zelf de managerselectie. Per beleggingscategorie stelt het fonds vanuit risico-oogpunt twee beheerders aan. ‘Dat geeft ons een automatische back-up. We ondervangen zo bijvoorbeeld het risico dat een team ineens opstapt.’ Roest wil overigens niets kwijt over de externe managers die het fonds heeft aangesteld. ‘We hebben het beleid dit niet openbaar te maken en vinden het niet van toegevoegde waarde voor de deelnemers om daar informatie over te geven.’ Het fonds verstrekt ook geen cijfers over de meest recente beleggingsmix.

ABN Amro Pensioenfonds belegt maar een heel klein deel van de portefeuille, catastrofeobligaties en hypotheken, niet passief, maar via een ‘buy and hold’ strategie. De rest wordt ‘semi-passief’ beheerd, zoals Roest het noemt (zie kader). Toch heeft het aanhouden van twee verschillende managers per mandaat ook hier toegevoegde waarde, vindt hij. ‘Het is waardevol te kijken of managers bij de implementatie dezelfde keuzes maken. Grosso modo hebben de portefeuilles inderdaad dezelfde invulling, maar op details kunnen ze verschillen. De beheerders hebben enige vrijheid om van de benchmark af te wijken als dat tot efficiënter beheer leidt. Bij benchmarkwijzigingen hoeven ze bijvoorbeeld niet per se op hetzelfde moment de allocatie te wijzigen.’

Esg-filter en sdg’s

De aandelenportefeuille wordt beheerd via een ‘semi-passieve’ combinatie van factorbeleggen en een esg-filter. Het fonds heeft hiervoor een eigen benchmark laten samenstellen door een niet nader te noemen indexprovider. In die benchmark worden de factoren waarde, lage volatiliteit en kwaliteit gecombineerd met een esg-filter en de doelstelling om de CO2-uitstoot van de portefeuille te verlagen. ‘We wilden een stap vooruit zetten op het gebied van duurzaamheid en hebben in 2017 besloten de bestaande factorportefeuilles aan te vullen met een methodiek om de esg-score te verhogen en de CO2-uitstoot met 50% te verlagen. Op een efficiënte en goedkope manier hebben we zo ons esg-beleid kunnen vormgeven’, vertelt Roest.

Het fonds heeft de sdg’s nummer zeven (betaalbare en duurzame energie) en dertien (klimaatactie) aangewezen als specifieke aandachtspunten in het beleggingsbeleid. Daarnaast heeft het fonds besloten producenten van controversiële wapens en tabaksfabrikanten uit te sluiten. Die besluiten kwamen tot stand na een online enquête onder deelnemers en gepensioneerden in 2019, waaraan 16% van de genodigden deelnam. Het fonds denkt nog na over de implementatie van de twee sdg’s in de beleggingsportefeuille.


ABN Amro Pensioenfonds in cijfers (per 30-6-2020)

Belegd vermogen: €33,4 mrd

 

Beleggingsmix op hoofdlijnen (2019)

Beleggingsmix gedetailleerd (2019)

 

Rendement

2019: 21,8%

Q1 2020: -1%

Q2 2020:  5,7%

 

Uitbesteding:

Fiduciair manager: geen

Custodian: maakt het fonds niet bekend

Aantal vermogensbeheerders: dertien

 

Discretionair/beleggingsfondsen:

Het pensioenfonds belegt alles via discretionaire mandaten.

 

Vermogensbeheerkosten (2019)

Inclusief transactiekosten: 0,14% (2018: 0,18%)

Exclusief transactiekosten: 0,10% (2018: 0,11%)