De Geopolitical Risk Index van de Fed ligt sinds het aantreden van president Trump boven het langjarig gemiddelde. Asset managers nemen dit soort indices steeds vaker mee in hun beleggingsbeslissingen.

De ‘Geopolitical risk index’ (Gri), ontwikkeld door de Federal Reserve Board en een veel gebruikte maatstaf om geopolitiek risico te duiden, bereikte afgelopen juni een stand van 239 punten. In juli daalde de index naar 138, om vervolgens begin augustus weer te stijgen naar 182.

De Gri is opgezet door Dario Caldara en Matteo Iacoviello; zij werken voor het bestuur van de Federal Reserve in Amerika. De hoogte van de index wordt bepaald door hoe vaak elf internationale kranten berichten over geopolitieke spanningen.

Een stand van 100 betekent dat er in die maand zo’n 105 artikelen gerelateerd waren aan geopolitieke risico’s. De data gaat terug tot 1985. De Gri liep flink op tijdens de Golfoorlog in de jaren ’90, na 9/11, de invasie van Irak in 2003, de aanslagen in Parijs in 2015 en recent de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China.


Hoewel in 2015 (na de aanslagen in Parijs) en 2018 (aankondiging importheffingen door China en de VS) ook al scores van boven de 230 werden behaald, is de 239 van juni de hoogste sinds maart en april 2003. Toen kwam de graadmeter na de invasie in Irak uit op liefst 545 en 258 punten. Daartegen afgezet lijkt de huidige stand mee te vallen.

Gemiddelde onder Trump gestegen

Schroders merkt echter in een eigen analyse op dat de index onder het presidentschap van Trump met een gemiddelde van 158 punten hoger ligt dan het gemiddelde van 108 punten na 9/11 (zie grafiek, die loopt tot en met april 2019). Zo bezien is er dus wel degelijk wat aan de hand.

geopolitieke

Azad Zangana, Europees econoom en strateeg bij Schroders, zegt dat de Gri vooral bruikbaar is, omdat zo valt te analyseren wat de impact van grote geopolitieke gebeurtenissen op financiële markten is.

Zangana wijst op een onderzoek van Caldara en Iacoviello, waaruit blijkt dat toenemende geopolitieke risico’s leiden tot zwakkere economische activiteit en lagere rendementen op de aandelenmarkten. ‘Al blijkt dat financiële markten meer geraakt worden door de dreiging van geopolitieke risico’s dan door de feitelijke gebeurtenissen zelf. Denk aan de start van een oorlog of het instellen van sancties.’

In een eerder artikel van Pensioen Pro werd ook al geconcludeerd ook dat aandelenbeurzen zich doorgaans vrij snel herstellen na een ingrijpende geopolitieke gebeurtenis.

Handelsoorlog houdt aan

De oplopende stand van de Gri dit jaar wordt veroorzaakt door het oplaaiende handelsconflict tussen de VS en China, plus de aanhoudende onzekerheid over de Brexit. Zangana ziet het gestegen gemiddelde van de Gri als indicatie dat de handelsoorlog ook op de middellange termijn zal aanhouden. ‘Aanvankelijk dachten wij net als veel andere beleggers dat het handelsgeschil kort zou duren.’

Het nieuwe inzicht heeft ertoe geleid dat Schroders minder snel beleggingen opbouwt in Aziatische bedrijven waar het eerder uit is gestapt. ‘Recente koersdalingen zouden normaliter een goed instapmoment zijn, maar we zijn nu huiverig om terug te keren als deze bedrijven last hebben van de handelsoorlog. Bijvoorbeeld omdat hun export via China naar de VS afneemt’.


Populisme

Volgens Zangana wordt de recente toename van geopolitieke risico’s veroorzaakt door twee belangrijke economische ontwikkelingen. ‘Ten eerste de opkomst van China, dat steeds meer concurreert met de VS op het gebied van invloed en macht in de internationale politiek en handel. Ook bestrijden de landen elkaar op het terrein van technologie. Er is naast een handelsoorlog ook een technologie-oorlog gaande.’


Daarnaast wijst de econoom op de invloed van groeiend populisme op geopolitieke spanningen. ‘De winnaars van globalisering zitten in China en India, maar de verliezers zijn de middenklasse in Noord-Amerika en Europa. Dat wakkert het verlangen naar verandering aan. Politici passen hun beleid aan: meer protectionisme, opzeggen van handelsakkoorden en rem op immigratie. Landen komen losser van elkaar te staan, wat het geopolitiek risico vergroot.’

Zangana baseert zijn beeld van geopolitieke risico’s niet alleen op de Gri. Een zwakte van deze index is dat die zich baseert op mediaberichtgeving van een beperkt aantal Engelstalige kranten. Hij kijkt daarom ook naar de Global Economic Policy Uncertainty Index die nieuwsberichtgeving uit twintig landen meeneemt, waaronder eurolanden en China.

Deze index liep afgelopen juni, in tegenstelling tot de Gri van de Fed, wél op tot een van de hoogste niveaus sinds 1997.

 

geopolitiek EPUI