Veel pensioenfondsen monitoren niet of de stemmen die namens hen zijn uitgebracht op aandeelhoudersvergaderingen van bedrijven ook stroken met het eigen stembeleid, blijkt uit een enquête van VBDO.

De Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling ondervroeg 34 grote pensioenfondsen over hun stemgedrag op algemene aandeelhoudersvergaderingen van bedrijven, voor zover het gaat over milieu en sociale kwesties. Daarvan zei 44% niet te monitoren of de door hen uitgebrachte stemmen, vaak via gespecialiseerde stemadviesbureaus, conform het eigen stembeleid zijn.

Van de fondsen zegt 38% zo’n analyse te doen voor een deel van de uitgebrachte stemmen; 18% heeft dat voor alle stemmen in kaart. Onderzoeker Mart van Kuijk vindt deze uitkomst opmerkelijk. ‘Om te kunnen bepalen of je stembeleid effect heeft, zal een pensioenfonds zich er van moeten vergewissen of er uiteindelijk conform dat beleid is gestemd.’

Volgens Van Kuijk wil de uitkomst van het onderzoek niet zeggen dat stemmingen op ava’s op grote schaal afwijken van het geformuleerde stembeleid. ‘Veel pensioenfondsen hebben nog een vrij onduidelijk stembeleid over onderwerpen als klimaatbeleid, schending van mensenrechten en eerlijk loon. Als je niet duidelijk hebt hoe je over dit soort onderwerpen wilt stemmen, kun je achteraf ook moeilijk bepalen of dit ook daadwerkelijk is gebeurd.’

Daan Spaargaren, strateeg verantwoord beleggen bij PME, zei gisteren in een VBDO-webinar dat pensioenfondsen meer kunnen doen aan het monitoren van uitgebrachte steminstructies. ‘Het is al een hele klus om ervoor te zorgen dat je als pensioenbestuur op basis van goede informatie een stem kunt uitbrengen op aandeelhoudersvergaderingen. Monitoring staat dan lager op het prioriteitenlijstje.’

Invloed externe stembureaus

De enquête van VBDO bevestigt dat pensioenfondsen zich met name richten op de voorkant van het stembeleid. 94% zegt rekening te houden met milieu en sociale kwesties in hun stembeleid. 18 van de 34 fondsen maakt dit beleid zelf, al gebruiken sommige fondsen daarvoor ook input van fiduciair managers, vermogensbeheerders of gespecialiseerde stembureaus. De overige zestien fondsen haken voor hun stembeleid aan bij het stembeleid van een van deze uitbestedingspartijen.

29 fondsen winnen advies in van stembureaus om te bepalen hoe het beste kan worden gestemd. Achttien fondsen betrekken daarbij ook hun fiduciair manager of vermogensbeheerder. Drie kwart van de fondsen laat het stemmen zelf over aan een gespecialiseerd stembureau: 47% gebruikt ISS, 12% doet zaken met Glass Lewis. Spaargaren van PME maakt zich zorgen over de macht van dit soort dienstverleners. ‘Zij geven stemadviezen over een heel behoorlijk deel van de agendapunten op ava’s. Dat heeft grote invloed op het functioneren van de onderneming.’

60% van de respondenten zegt dat het eigen stembeleid doorklinkt in de stemmen die worden uitgebracht op ava’s. Volgens Van Kuijk lijkt dat een goede score. ‘We zien echter dat verschillende pensioenfondsen in de praktijk het stembeleid van het stembureau hebben overgenomen. Ook is het de vraag of de score net zo hoog zou zijn als we hadden gevraagd of het stembeleid van het fonds op milieu en sociale kwesties ook wordt gevolgd door het bureau.’

Stemadvies niet blindelings opgevolgd

Pensioenfondsen stemmen niet altijd maar blindelings mee met de adviezen van de ingehuurde stembureaus: slechts 26% zegt dit te doen. Vaak genoemde redenen om af te wijken: ‘wij hebben het agendapunt aangemerkt als belangrijk onderwerp’, ‘we hadden via engagement meer informatie verzameld over dit specifieke milieu of sociale thema’ of ‘er was binnen het bedrijf een belangrijke schending op het gebied van esg’.

De ondervraagde fondsen sparren ook met andere partijen om hun standpunt over duurzame agendapunten en resoluties te bepalen. Denk aan ngo’s (zoals Follow This bij Shell), samenwerkingsverbanden voor engagement (zoals Climate Action 100+, Eumedion) en directe contacten met andere pensioenfondsen.

Relatie met engagement

Pensioenfondsen zien stemmen op ava’s en het voeren van een dialoog met bedrijven als een belangrijke tandem. Als engagement te weinig oplevert, meent 63% van de fondsen alsnog een punt te kunnen maken met een stem op de aandeelhoudersvergadering. 56% vindt dat de ava zelf een goede plek is om aan engagement met het bedrijf te doen.

Annette van der Krogt, hoofd verantwoord beleggen bij Achmea IM, zegt dat dit laatste in 2020 lastig was omdat de ava’s vanwege corona veelal digitaal plaatsvonden. ‘Wel hebben we flink gebruikgemaakt van de mogelijkheid om vooraf schriftelijke vragen te stellen. Normaal moet je voor dit soort vragen naar de ava zelf reizen. Dat hoefde nu niet, waardoor we veel breder vragen konden stellen aan buitenlandse bedrijven.’ Achmea IM stemt namens elf institutionele beleggers op ruim zevenduizend ava’s per jaar. In de praktijk wordt in ruim 20% van de 80.000 agendapunten tegen het advies van het management gestemd.

Bijna alle fondsen (93%) rapporteren over hun stemgedrag in geaggregeerde vorm, dat is per aandeelhoudersvergadering. 63% doet dat zelfs voor ieder individueel genomen besluit.