Alle Nederlandse pensioenfondsen samen hadden eind 2020 voor ruim €453 mrd in staatsobligaties belegd, 17% meer dan eind 2019. Inclusief renteswaps is de toename zelfs 21%.

De sterke stijging lijkt deels toe te schrijven aan een actieve verhoging van de renteafdekking door fondsen.

Staatsobligaties en rentederivaten besloegen eind 2020 samen €566 mrd. Dat is 34% van de totale waarde van de beleggingen van pensioenfondsen, tegen 31% eind 2019. Dit is een record, blijkt uit cijfers van toezichthouder DNB, die teruggaan tot 2007.
 
De positie in staatsleningen en swaps samen is verdubbeld ten opzichte van 2007. Toen was deze nog 17,5% van de portefeuille. Door de toename beleggen pensioenfondsen nu voor het eerst sinds DNB de cijfers bijhoudt meer in staatsobligaties plus rentederivaten dan in aandelen. In aandelen hadden fondsen eind vorig jaar €525 mrd belegd, 31% van het totaal. Het totale belegde vermogen van pensioenfondsen bedroeg €1679 mrd.

Beleggingen in staatsobligaties exclusief en inclusief derivaten
(in mrd €)          
  2019 2020 Verschil Stijging (in %)  
exclusief 389 453 64 16,5    
inclusief 467 566 99 21,2    

 

Gedaalde rente
 
De stijging van het percentage staatsobligaties in de beleggingsportefeuilles komt deels door de gedaalde rente, geeft DNB aan. Als de rente daalt, stijgt de waarde van staatspapier. Datzelfde geldt voor rentederivaten.
 
Een aantal pensioenfondsen stelt dat hun matchingportefeuilles, die meestal voor het grootste deel uit staatsobligaties en renteswaps bestaan, in 2020 inderdaad hogere rendementen hebben behaald dan hun hoofdzakelijk uit aandelen bestaande returnportefeuilles. ‘In 2020 heeft met name onze obligatieportefeuille een goed resultaat opgeleverd, dat niet is afgeroomd’, zegt Els Janssen, voorzitter van pensioenfonds Grolsch, bijvoorbeeld. Het fonds is van plan de omvang van de matchingportefeuille pas dit jaar weer terug te brengen naar de norm.
 
Matchingportefeuille
 
Ook PME, PMT en PFZW stellen dat hun matchingportefeuille het in 2020 beter deed dan de returnportefeuille, en daardoor relatief in omvang is gegroeid. ‘In 2020 is de relatieve weging van de returnportefeuille van 54,1% naar 50,6% gedaald’, laat een PMT-woordvoerder weten. Dat is volgens haar vrijwel geheel het gevolg van het rendementsverschil tussen de matching- (+16,5%) en de returnportefeuille (+4,7%).
 
Die hoge rendementen op de matchingportefeuilles hebben waarschijnlijk te maken met de relatief lange looptijd van de staatsobligaties van PME en PMT. Het rendement op de matchingportefeuille van een in verhouding jong fonds als PFZW was met +7% een stuk bescheidener.
 
Bij ABP lag het rendement op aandelen met +8,7% zelfs fors hoger dan de waardestijging van staatsobligaties (+4,2%). Het ambtenarenfonds was het enige van de grote vier fondsen dat het gewicht van de staatsobligaties in de portefeuille in 2020 niet zag groeien.
 
Minder risico
 
De waardestijging van 21% van de beleggingen in staatsobligaties en renteswaps suggereert dat deze niet alleen is toe te schrijven aan beleggingswinsten. Sommige pensioenfondsen hebben ook (tijdelijk) risico afgebouwd toen tijdens de coronacrisis de dekkingsgraad sterk was gedaald, door aandelen te verkopen en staatsobligaties te kopen.
 
Dat geldt bijvoorbeeld voor pensioenfonds PGB. ‘De omvang van onze returnportefeuille liep daardoor met ongeveer 9%-punt terug van 61% eind 2019 tot 52% per eind maart 2020’, laat een woordvoerder weten. ‘In de tweede helft van het jaar is de returnportefeuille procentueel weer in omvang gegroeid. Door het herstel van de dekkingsgraad konden we toen weer meer aandelenrisico nemen.’ Eind 2020 was 56% van het pensioenvermogen belegd in de returnportefeuille, nog altijd 5%-punt minder dan een jaar eerder.
 
Hoofd beleggingsstrategie bij Kempen Michel Iglesias del Sol denkt dat de hogere allocatie naar staatsobligaties en renteswaps vooral een resultante is van verhogingen van de renteafdekking. ‘Ik denk niet dat het veel actieve beslissingen zijn geweest van pensioenfondsen’, aldus Iglesias del Sol. ‘Als de rente daalt, heb je wat meer matching assets nodig om de renteafdekking op peil te houden. Dat zijn nu eenmaal vaak staatsleningen en swaps.’ Dinsdag meldde Pensioen Pro al dat veel pensioenfondsen hun renteafdekking in 2020 hadden verhoogd.
 
Desondanks blijft de stijging opvallend. Vanwege de lage rendementsvooruitzichten voor staatsobligaties brengen veel beleggers namelijk hun blootstelling aan staatsobligaties terug, maar pensioenfondsen doen juist het omgekeerde.
 
Pensioenfondsen hadden bovendien hun matchingportefeuilles ook kunnen uitbreiden door bijvoorbeeld meer hypotheken of bedrijfsobligaties te kopen. Dit is echter in veel mindere mate gebeurd, blijkt uit de DNB-cijfers.
 
Wachten op het nieuwe contract
 
‘Veel pensioenfondsen zitten al aan hun maximum wat betreft beleggingen in hypotheken, omdat die toch illiquide zijn. En pensioenfondsen kunnen soms niet extra in bedrijfsobligaties beleggen als ze in onderdekking zitten, wat in 2020 vaak het geval was. Zo kom je toch weer bij staatsobligaties terecht’, analyseert Iglesias del Sol. ‘Dat is niet echt gewenst natuurlijk, maar daar zie je het spanningsveld tussen regelgeving en wat je op lange termijn eigenlijk wilt doen met je beleggingen.’
 
Hij verwacht dat pensioenfondsen in het nieuwe pensioenstelsel hun allocatie naar staatsobligaties geleidelijk gaan afbouwen. ‘Het nieuwe pensioencontract biedt die ruimte omdat de focus op de dekkingsgraad daarin wegvalt. De renteafdekking gaat dan waarschijnlijk ook omlaag.’