Pensioenfondsen behaalden in het derde kwartaal gemiddeld 4,9% rendement, heeft LCP berekend. Grotere fondsen presteerden vaak slechter dan kleinere.

LCP baseert zijn berekeningen op kwartaalcijfers van DNB over individuele pensioenfondsen, die half december werden gepubliceerd.

Het cijfer van 4,9% is inclusief het rendement op de renteafdekking. Het betreft een gewogen gemiddelde per eind september, waarbij fondsen met een groter vermogen meer gewicht krijgen. Het ongewogen gemiddelde kwam uit op 6,1%. Dit betekent dat grotere pensioenfondsen veelal een lager rendement behaalden dan kleinere fondsen. Grotere fondsen hebben vaak een lagere renteafdekking.

Positief rendement, lagere beleidsdekking

Ondanks het positieve rendementscijfer leverden bijna alle fondsen het derde kwartaal in op hun dekkingsgraad. De gewogen gemiddelde beleidsdekkingsgraad daalde -2,7%-punt naar 103,4%. Dit komt volgens LCP vooral door de gedaalde rente, die in augustus een dieptepunt bereikte.

Het patroon van een positief beleggingsrendement, maar een dalende beleidsdekkingsgraad was ook al zichtbaar in de eerste twee kwartalen. Over de eerste drie kwartalen van 2019 bedroeg het gewogen rendement 16% en kwam de gewogen beleidsdekkingsgraad uit op -5%. In deze cijfers zijn de resultaten van elk kwartaal bij elkaar opgeteld.

De meeste pensioenfondsen hadden eind september een beleidsdekkingsgraad tussen de 105% en 110%. Bij 39 fondsen was de beleidsdekkingsgraad lager dan 100%, tegenover 29 eind juni.

Volgens LCP zagen pensioenfondsen met relatief weinig zakelijke waarden en een hoge renteafdekking nog de minst negatieve ontwikkeling van de beleidsdekkingsgraad. De meeste pensioenfondsen zitten voor zo’n 50% in zakelijke waarden en dekken het renterisico voor 50% af.