Nederlandse pensioenfondsen beleggen verhoudingsgewijs veel minder in vastrentende waarden met een AAA-rating dan tien jaar geleden. Het aandeel schuldpapier met de hoogste kredietrating daalde van 47% naar 33%.

 

Dat blijkt uit recente cijfers van DNB over de portefeuille vastrentende waarden bij pensioenfondsen, onderverdeeld naar kredietwaardigheid. Het gaat om staatsobligaties, inflation-linked bonds, hypotheken (inclusief mortgage backed securities), bedrijfsobligaties en kortlopende vorderingen. De data over 2019 lopen tot en met het derde kwartaal.

Gemeten in euro’s steeg het bedrag dat pensioenfondsen beleggen in vastrentende waarden met een AAA-rating van €150 mrd in 2009 naar €265 mrd in 2019. Ten opzichte van de totale portefeuille met schuldpapier (2019: €799 mrd) daalde het percentage triple A echter met 14%-punt naar 33% (zie grafiek).

De afname is gelijk verdeeld over de tijd, met 7% over de periode 2009-2014 en 7% in de vijf jaar daarna. Tussen 2015 en 2019 vond het opkoopprogramma van de ECB plaats.

lf 2019 12 30 11 15 06 vastrentend

Een eenduidige reden voor de forse daling van het aandeel AAA is volgens DNB niet te geven.

Het is te makkelijk om de afname toe te schrijven aan de search for yield als gevolg van de steeds verder gedaalde rente. De daling in de eerste vijf jaar na 2009 is ook deels veroorzaakt door de eurocrisis, toen landen als Nederland en Frankrijk hun AAA-rating verloren.

Na 2014 zou een bewuste keuze van fondsen om minder in triple A te investeren vanwege de dalende rente een verklaring kunnen zijn. De afgelopen tien jaar steeg het aandeel van schuldpapier met AA-rating 9,7%-punt naar 25,2%. Die ontwikkeling deed zich vooral in de eerste vijf jaar voor. Eind 2018 bestond AAA en AA voor respectievelijk 72% en 59% uit staatsleningen.

BBB

Gezien de search voor yield zou te verwachten zijn dat het percentage schuldpapier met rating BBB (nog net investment grade) is gestegen. Toch is het aandeel BBB tijdens het opkoopprogramma van de ECB juist gedaald.

Een verklaring kan zijn dat verschillende pensioenfondsen de afgelopen jaren bedrijfsobligaties (die eind 2018 voor 64% de categorie BBB vulden) hebben verkocht om hun beleggingen in hypotheken te vergroten. Eind 2018 had 49% van de hypotheken een AAA-rating en 37% een AA-rating.

Uit de DNB-cijfers blijkt ook dat het percentage schuldpapier met ‘geen rating’ de afgelopen vijf jaar behoorlijk is gestegen. Volgens de toezichthouder gaat het hier om liquide middelen die pensioenfondsen aanhouden; deze categorie kan van jaar op jaar schommelen.