Het behaalde beleggingsrendement van pensioenfondsen was in het derde kwartaal niet genoeg om hun gestegen verplichtingen bij te kunnen benen. Het relatief rendement dook zowel voor een groen, gemiddeld als rijp fonds in het rood.

Dit blijkt uit cijfers van FirstPensions. De consultant zet elk kwartaal het relatieve rendement voor een groen, gemiddeld en rijp voorbeeldfonds naast elkaar. Zij verschillen qua duratie (rentegevoeligheid) en percentage zakelijke waarden in de portefeuille.

Het relatieve rendement is het geboekte beleggingsrendement min het benodigde rendement op de verplichtingen. Dat laatste is het rendement dat een pensioenfonds nodig heeft om in ieder geval de toegezegde nominale pensioenen uit te kunnen keren.

Het rendement op de verplichtingen stijgt als de rente daalt en dat was precies het geval in het afgelopen kwartaal. De 10-jaars en 20-jaars euroswaprente daalden respectievelijk 0,3% en 0,5%.

Voor het gemiddelde voorbeeldfonds kwam het rendement op de verplichtingen hierdoor uit op 9,1%. Bij het groene en rijpe fonds lag de lat op respectievelijk 10,2% en 7,8% (zie tabel). Het groene fonds heeft een hoger benodigd rendement, omdat het een hogere rentegevoeligheid heeft.

Derde kwartaal 2019
Beleggingsrendement Rendement verplichtingen Relatief rendement
Rijp 4,8% 7,8% -3,0%
Gemiddeld 6,1% 9,1% -3,0%
Groen 7,7% 10,2% -2,5%

Hoewel de rendementen op zakelijke en vastrentende waarden in het tweede kwartaal in de plus eindigden, waren die niet hoog genoeg om het benodigde rendement op de verplichtingen bij te kunnen houden. Daardoor kwamen de relatieve rendementen in de min uit. Dit had een negatief effect op de actuele dekkingsgraad van pensioenfondsen.

Het relatief rendement was voor de drie type fondsen ongeveer gelijk. Het groene fonds profiteerde bijvoorbeeld sterker van het gestegen rendement op zakelijke waarden dan een gemiddeld of rijp fonds, maar had ook weer meer last van de lagere rente. Het relatief rendement lag in het derde kwartaal lager dan in de drie maanden daarvoor. Dat kwam voor een gemiddeld fonds in het tweede kwartaal uit op -2,7%. 

First Pensions wijst erop dat het relatieve rendement stijgt met de nieuw voorgestelde ufr-methode door de commissie Parameters. Bij toepassing in het derde kwartaal zou het benodigde rendement op de verplichtingen voor een gemiddeld fonds toenemen van 9,1% naar 12,3%. Het relatieve rendement kwam dan niet uit op -3,0%, maar op -6,2%.

Resultaat over heel 2019

Het derde kwartaal was qua relatief rendement niet goed. Gemeten over heel 2019 ziet het beeld er ook somber uit (zie tabel). Alleen het groene fonds doet het dan beter dan in het derde kwartaal. Dit type fonds profiteert het meest van de plus in de zakelijke waarden en demping vanuit de ufr.

T/m Q3 2019
Beleggingsrendement Rendement verplichtingen Relatief rendement
Rijp 16,3% 20,5% -4,2%
Gemiddeld 20,6% 24,0% -3,4%
Groen   25,6%     26,9%     -1,3%