Het behaalde beleggingsrendement van pensioenfondsen was in het tweede kwartaal niet genoeg om hun gestegen verplichtingen bij te kunnen benen. Het relatieve rendement dook daardoor zowel voor een groen, gemiddeld als rijp fonds uit in de min.

 

Dit blijkt uit cijfers van FirstPensions. De consultant zet elk kwartaal het relatieve rendement voor een groen, gemiddeld en rijp voorbeeldfonds naast elkaar. Zij verschillen qua duratie (rentegevoeligheid) en percentage zakelijke waarden in de portefeuille.

Het relatieve rendement is het beleggingsrendement min het benodigde rendement op de verplichtingen. Dat laatste is het rendement dat een pensioenfonds nodig heeft om in ieder geval de toegezegde nominale pensioenen uit te kunnen keren.

Het rendement op de verplichtingen stijgt als de rente daalt en dat was precies het geval in het afgelopen kwartaal. Zowel de 10-jaars als 20-jaars euroswaprente daalde ongeveer 0,3%. Ook de ufr, die wordt gebruikt om de rentecurve af te leiden voor looptijden langer dan twintig jaar, kwam lager uit.

Voor het gemiddelde voorbeeldfonds kwam het rendement op de verplichtingen hierdoor uit op 7%. Bij het groene en rijpe fonds lag de lat op respectievelijk 7,9% en 6%. Het groene fonds heeft een hoger benodigd rendement, omdat het een hogere rentegevoeligheid heeft. (Zie tabel).

Tweede kwartaal 2019
Beleggingsrendement Rendement verplichtingen Relatief rendement
Rijp 3.5% 6.0% -2.5%
Gemiddeld 4.3% 7.0% -2.7%
Groen 5.3% 7.9% -2.6%

Hoewel de rendementen op zakelijke en vastrentende waarden in het tweede kwartaal in het groen eindigden, waren die niet hoog genoeg om het benodigde rendement op de verplichtingen bij te kunnen houden. Daardoor kwamen de relatieve rendementen in de min uit. Dit had een negatief effect op de actuele dekkingsgraad van pensioenfondsen.

Het relatief rendement was voor de drie type fondsen ongeveer gelijk. Het groene fonds profiteerde bijvoorbeeld sterker van het gestegen rendement op zakelijke waarden dan een gemiddeld of rijp fonds, maar had ook weer meer last van de lagere rente.

Eerste halfjaar 2019

Het tweede kwartaal was qua relatief rendement dus vrij belabberd. Over de eerste zes maanden bezien, ziet het plaatje er echter positiever uit (zie tabel). Alleen het rijpe fonds moet dan nog steeds een (licht) lager relatief rendement incasseren.

Eerste helft 2019
Beleggingsrendement Rendement verplichtingen Relatief rendement
Rijp 11.0% 11.6% -0.6%
Gemiddeld 13.6% 13.3% 0.3%
Groen 16.6% 14.5% 2.1%