Het beleggingsrendement van pensioenfondsen was in het vierde kwartaal genoeg om hun verplichtingen bij te benen. Het relatief rendement was zowel voor een rijp, gemiddeld als groen fonds positief.

Dit blijkt uit cijfers van First Pensions. In het tweede en derde kwartaal van 2019 was het relatieve rendement nog negatief.

De consultant zet elk kwartaal de relatieve rendementen voor een fictief groen, gemiddeld en rijp fonds naast elkaar. Zij verschillen qua duratie (rentegevoeligheid) en percentage zakelijke waarden in de portefeuille.

Het relatieve rendement is het geboekte beleggingsrendement min het benodigde rendement op de verplichtingen. Dat laatste is het rendement dat een pensioenfonds nodig heeft om in ieder geval de toegezegde nominale pensioenen uit te kunnen keren.

In het vier kwartaal daalde het rendement op de beleggingen door de gestegen euroswaprente, maar tegelijkertijd daalde het benodigde rendement op de verplichtingen harder (zie tabel).  Zowel de 10-jaars als 20-jaarsrente steeg 0,4%-punt. De plus in de rente zorgde voor hogere actuele dekkingsgraden.

Vierde kwartaal 2019            
    Beleggingsrendement Rendement verplichtingen Relatief rendement
Rijp   -0,8%     -5,7%     4,9%
Gemiddeld -0,9%     -6,3%     5,4%
Groen   -1,1%     -6,7%     5,6%

 

Het relatieve rendement was voor een groen fonds het hoogst. Deze fondsen hebben meer blootstelling aan zakelijke waarden en een hogere rentegevoeligheid, waardoor ze profiteren van een rentestijging.

Resultaat over heel 2019

Over heel 2019 boekten de drie voorbeeldfondsen een positief relatief rendement (zie tabel). Het rendement op de verplichtingen steeg fors door de gedaalde rente. De beleggingsrendementen echter stegen harder, gestuwd door het positieve rendement op zakelijke waarden en de forse plussen in de matchingportefeuille.

T/m Q4 2019              
    Beleggingsrendement Rendement verplichtingen Relatief rendement
Rijp   15,4%     13,7%     1,7%
Gemiddeld 19,5%     16,2%     3,3%
Groen   24,2%     18,4%     5,8%