Pensioenfondsen konden hun fors gestegen verplichtingen in het eerste kwartaal bij lange na niet bijbenen met rendementen uit zakelijke waarden. Daardoor ging het relatief rendement van een groen, gemiddeld en rijp fonds onderuit.

Dit blijkt uit cijfers van First Pensions. Groene fondsen werden de afgelopen drie maanden het hardst geraakt. In het vierde kwartaal van 2019 was het relatieve rendement nog positief.

De consultant zet elk kwartaal de relatieve rendementen voor een groen, gemiddeld en rijp voorbeeldfonds naast elkaar. Zij verschillen qua duratie (rentegevoeligheid) en percentage zakelijke waarden in de portefeuille.

Het relatieve rendement is het geboekte beleggingsrendement min het benodigde rendement op de verplichtingen. Dat laatste is het rendement dat een pensioenfonds nodig heeft om in ieder geval de toegezegde nominale pensioenen uit te kunnen keren.

Gedurende het eerste kwartaal noteerden zakelijke waarden steeds grotere minnen. In januari bleven deze nog beperkt, toen de financiële markten zich alleen zorgen maakten over de corona-uitbraak in China en de handel met Azië. In februari en maart werden de uitslagen steeds groter, na de uitbraak in Italië, de verdere verspreiding in Europa en de (gedeeltelijke) lockdowns wereldwijd.

Over de eerste drie maanden bedroeg het rendement op zakelijke waarden -20,7%. Voor een gemiddeld pensioenfonds dat 50% zakelijk belegt, betekende dit een rendement van -11%. Deze min werd wat gedempt doordat de matchingportefeuille door de gedaalde rente 3,7% in de plus eindigde. Per saldo bleef er voor het gemiddelde fonds een rendement van -7,3% over (zie tabel). 

 

Eerste kwartaal 2020              
    Beleggingsrendement Rendement verplichtingen Relatief rendement
Rijp   -5,9%     6,1%     -12,0%  
Gemiddeld -7,3%     7,5%     -14,8%  
Groen   -8,6%     8,6%     -17,2%  

Dubbele stoot

Het gemiddelde fonds kreeg naast de negatieve beleggingsrendementen nog een tweede stoot te verwerken. Het zag zijn verplichtingen 7,5% stijgen, doordat de twintigjaars swaprente in het eerste kwartaal 0,4%-punt daalde. Per saldo kwam het fonds 14,8% aan rendement tekort om de hogere verplichtingen bij te benen. Anders gezegd: het relatief rendement bedroeg -14,8%. Ook het groene en het rijpe fonds kwamen flink in het rood uit. Hierdoor gingen de actuele dekkingsgraden onderuit.

Het groene voorbeeldpensioenfonds, dat een relatief jong deelnemersbestand heeft, werd het hardst geraakt. Zo’n fonds belegt meer in zakelijke waarden dan een gemiddeld en rijp fonds. Daarnaast daalden in het eerste kwartaal de rentes voor langere looptijden harder dan die voor kortere looptijden. Groene fondsen hebben daar het meest last van, omdat hun verplichtingen op de langere termijn liggen.

Vierde kwartaal 2019

Het contrast met het vierde kwartaal vorig jaar is groot. Toen boekten de drie voorbeeldfondsen nog wel positieve relatieve rendementen. Het rendement op de beleggingen daalde toen licht door de gestegen twintigjaars swaprente, maar tegelijk daalde het rendement op de verplichtingen harder (zie tabel).

Vierde kwartaal 2019              
    Beleggingsrendement Rendement verplichtingen Relatief rendement
Rijp   -0,8%     -5,7%     4,9%  
Gemiddeld -0,9%     -6,3%     5,4%  
Groen   -1,1%     -6,7%     5,6%