Voor het eerst sinds mei ligt de tweejaarsrente in de DNB-rentetermijnstructuur weer hoger dan de eenjaarsrente. Daarmee is de zogenoemde inversie in de DNB-curve verdwenen.

Normaalgesproken loopt de rente op naar mate de looptijd van obligaties stijgt. De vijfjaarsrente ligt in principe daarom bijvoorbeeld altijd hoger dan de eenjaarsrente. Eind mei bedroeg dat verschil nog rond de 0,2%-punt.


In juli was de situatie echter omgedraaid. De eenjaarsrente in de DNB-rts, die is gebaseerd op de Europese swaprente, bereikte aan het einde van die maand een niveau van -0,502%. Dat was een absoluut dieptepunt. De vijfjaarsrente lag met -0,531% echter nóg lager. Die lagere rente op vijfjaarscontracten betekende dat beleggers verwachtten dat de rente de komende vijf jaar zou blijven dalen.


Inmiddels is dat niet meer zo. Sterker nog: de DNB-rts is weer ‘gewoon’. De rente stijgt weer naar mate de looptijd van een swapcontract toeneemt. Oftewel, de vijfjaarsrente ligt hoger dan de vierjaarsrente, die weer hoger ligt dan de driejaarsrente, enzovoort.


De afgelopen paar maanden is de ‘inversie’ langzaam uit de DNB-rts verdwenen (zie grafiek). Tegelijkertijd zijn de absolute renteniveaus weer iets opgekrabbeld. Eind augustus was de rente voor looptijden tot en met 17 jaar negatief. Daardoor kwam een negatieve rekenrente voor pensioenfondsen akelig dichtbij. De gemiddelde duratie voor een pensioenfonds is immers iets meer dan 20 jaar. Inmiddels is de DNB-rts voor alle looptijden vanaf 10 jaar weer positief.

DNB curve november


Rentestijging voor derde maand op rij
De 20-jaarsrente is de afgelopen drie maanden gestegen van 0,051% naar 0,424%. Dat lijkt een aardige stijging, maar op 1 januari bedroeg de 20-jaarsrente nog 1,357%. De gemiddelde rekenrente voor pensioenfondsen is dit jaar volgens adviesbureau Sprenkels & Verschuren bijna 1%-punt gedaald naar 0,66%, met alle gevolgen van dien voor de dekkingsgraad.

Het is maar zeer de vraag of de voorzichtige rentestijging van de afgelopen drie maanden zal doorzetten. De stijging had vooral te maken met positieve kortetermijnontwikkelingen op politiek en macro-economisch gebied. Die hebben nu hun uitwerking gehad, waardoor de rentestijging de laatste weken is afgevlakt. Mocht de kans op een recessie weer toenemen, dan zal de rente waarschijnlijk eerder opnieuw onderuit gaan, omdat beleggers dan rekening gaan houden met meer kwantitatieve verruiming door de ECB. Risicovrije staatsobligaties zullen dan weer meer in trek raken.