Variabele uitkeringen bij dc-regelingen zijn dit jaar, na goede beleggingsresultaten in 2019, bij de meeste aanbieders verhoogd. Daarmee is een verlaging van een jaar eerder meer dan goedgemaakt.

Dat blijkt uit jaarlijks onderzoek door adviesbureau LCP naar de resultaten van dc-regelingen. Het bedrijf onderzocht zeven uitkeringsproducten met doorbeleggen van vijf aanbieders.

Van de zeven uitkeringen werden er dit jaar vijf verhoogd, met percentages tussen 6,6% en 10,1%. Daarmee is bij al deze producten de uitkering nu hoger dan ze was bij aanvang, in 2018. Een daling van vorig jaar is meer dan goedgemaakt. De dalingen bij deze vijf producten liepen toen uiteen van -1,4% tot -8,8%.

plaatje doorbeleggen

De meeste uitkeringen zijn al per januari aangepast, maar sommige aanbieders doen het per 1 juli.

Gedaalde rente

De verhoging zijn te danken aan goede resultaten op de beleggingen in 2019, die uiteenliepen van 15% tot 26%. Zowel op aandelen als obligaties werd vorig jaar winst geboekt.

Dat de uitkering verhoudingsgewijs minder toenam, komt deels doordat de rente daalde in 2019. ‘Een variabele uitkering wordt elk jaar herberekend met de rente van dat moment’, verklaart onderzoeker Johan van Soest. ‘Gemiddeld was zo’n 8%-punt van het behaalde rendement nodig om de gedaalde rente goed te maken.’

Een andere reden is dat variabele uitkeringsproducten vaak zijn opgebouwd uit een deel vaste annuïteit – die niet verandert – en een deel uitkering met doorbeleggen, die wel fluctueert.

Tot slot wisselt ook de blootstelling aan aandelen in het doorbelegde deel, van circa 30% tot 85%. Per saldo levert dit een pensioen op dat tussen de 10% en 70% afhankelijk is van aandelen, met 25% als mediaan.

Uitsmeren

Bij twee producten bleef de uitkering dit jaar gelijk of nagenoeg gelijk, met een daling van -0,1%. Hier was de uitkering vorig jaar echter ook slechts miniem gedaald, ongeveer 1%. Het gaat om uitkeringen van het Centraal Beheer APF, verklaart Van Soest. Dit apf is de enige aanbieder die ervoor gekozen heeft verhogingen en verlagingen te spreiden over meerdere jaren. ‘De andere producten zijn van verzekeraars en ppi’s. Zij smeren de resultaten niet uit.’

Hier speelt mee dat de variabele uitkering bij het apf de standaardoptie is, terwijl bij verzekeraars juist de vaste uitkering de standaard is. ‘Wie bij een verzekeraar meer vastigheid wil, kan kiezen voor de vaste annuïteit’, zegt Van Soest.

Voor alle zeven producten geldt, dat het resultaat nu hoger ligt dan een vaste uitkering aangekocht op hetzelfde moment, namelijk per 1 januari 2018. Het verschil loopt uiteen van 2,5% tot ruim 20%.

Pensioenakkoord

Per saldo werkt de variabele uitkering tot nu toe conform verwachting, constateert Van Soest. ‘De uitkering is hoger, maar ook volatieler dan de vaste annuiteit.’

Voor volgend jaar lijkt het er, bij de huidige standen van aandelen en rente, wel op dat de uitkeringen weer zullen dalen, vermoedt Van Soest.

In de plannen voor een nieuw pensioenstelsel is het nieuwe contract ook een premieregeling. Daarbij krijgen deelnemers een persoonlijk vermogen, van waaruit ook de uitkering wordt betaald. In dat systeem kunnen pensioenfondsen de resultaten spreiden, zegt Van Soest, en bovendien komt er een ‘collectieve solidariteitsreserve’ die schommelingen moet dempen. ‘Die extra stabiliteit lijkt mij wel prettig voor de deelnemers.’