Houd rekening met hogere transactiekosten dan verwacht, analyseer bedrijven én managers continue op duurzaamheid en denk na over het gebruik van futures. Deze lessen geven asset en transitiemanagers mee bij esg-transities.

Pensioenfondsen die hun beleggingen flink willen verduurzamen buigen zich vroeg of laat over de vraag hoe hun aandelenportefeuille het beste esg-proof kan worden gemaakt. De afgelopen weken vertelden drie pensioenfondsen in Pensioen Pro hoe ze dit beleidsmatig hebben aangepakt.

Bij de uitvoering van het beleid werken pensioenfondsen vaak samen met een fiduciair manager, transitiemanager of vermogensbeheerder. Zij geven vijf lessen mee om van A naar B te komen bij de vergroening van aandelenportefeuilles.

Les 1: Transitie niet altijd mogelijk binnen huidig fonds/mandaat
Pensioenfondsen die willen vergroenen, besluiten vaak om niet meer te beleggen in bedrijven met een hoge CO2-uitstoot of de weging in deze ondernemingen te verlagen. Dit leidt, al dan niet in samenspraak met een adviseur of fiduciair manager, tot een lijst met bedrijven die (gedeeltelijk) moeten worden verkocht.

Als zo’n lijst wordt toegepast op de bestaande aandelenportefeuille, dan leidt in de praktijk geregeld tot problemen, zegt Jaap Hoek, director Investment Strategy & Solutions bij Russell Investments. ‘Pensioenfondsen die beleggen in passieve beleggingsfondsen komen al snel tot de conclusie dat het haast onmogelijk is om specifieke bedrijven uit een benchmark als de S&P500-index te halen. Voor deze pensioenfondsen zit er niets anders op dan een ander beleggingsfonds te selecteren dat wel voldoet aan het beleid.’

Dat geldt vaak ook voor pensioenfondsen die in een actief beheerd beleggingsfonds zitten, meent Hoek. ‘De afgelopen jaren kregen deze asset managers te maken met steeds strengere esg-eisen van hun klanten. Sommige actieve managers kunnen of willen daar niet verder in meegaan. Ze zeggen bijvoorbeeld dat ze een gewenste CO2-reductie niet door kunnen voeren, omdat daarvoor geen draagvlak is bij de andere participanten in het beleggingsfonds.’

Andere vermogensbeheerders willen volgens Hoek hun vrijheid behouden om in olie- en gasbedrijven te beleggen, bijvoorbeeld als ze een gunstige koerswinstverhouding hebben. ‘Wij zien dat dit argument zelfs wordt gebruikt bij actief beheerde discretionaire mandaten, waar managers in principe gewoon aandelen kunnen kopen of verkopen voor een pensioenfonds. De beheerder wil toch vasthouden aan zijn eigen overtuiging, zeker als een bepaald rendementesdoel wordt nagestreefd.’

Pensioenfondsen die passief beleggen via een discretionair mandaat hebben in de regel minder problemen, omdat zijn gemakkelijk een andere benchmark kunnen kiezen. Een trend is dat ze er een laten samenstellen door een asset manager.

Cyrille Verbeeten, strateeg transitiemanagement bij BlackRock, zegt dat esg-transities regelmatig leiden tot een wissel van vermogensbeheerder. ‘Zo’n beslissing kan onverwacht snel worden genomen. Het is wel eens gebeurd dat een pensioenfonds vanuit onvrede met het gevoerd esg-beleid snel weg wilde bij zijn vermogensbeheerder. Wij hebben toen het portfolio binnen een dag overgenomen en beheerd totdat het pensioenfonds een nieuwe asset manager had geselecteerd.’

Les 2: Transactiekosten kunnen hoger uitvallen dan gedacht
Verbeeten, die met name grote pensioenfondsen adviseert, zegt dat een esg-transitie soms leidt tot veel meer verschuivingen in de aandelenportefeuille dan het pensioenfonds aanvankelijk dacht. Mét bijbehorende transactiekosten.
‘Tussen de MSCI World Index en de MSCI World Socially Responsible Investment (SRI) Index zit slechts 26% overlap qua bedrijven’, zegt Verbeeten. ‘Je moet dus eerst 74% van de bedrijven uit de MSCI World verkopen en vervolgens 74% van de ondernemingen uit de MSCI World SRI aankopen. De turnover van de gehele aandelenportefeuille is 148%.’
Voor een aandelenportefeuille van €1 mrd zijn dan voor €1,5 mrd aan transacties nodig, rekent Verbeeten voor. ‘Dat betekent grofweg 0,13% aan transactiekosten. Sommige pensioenfondsen vinden dat een hoog bedrag. Ik heb meegemaakt dat een bestuur daarom in eerste instantie koos voor een overstap naar de MSCI World Low Carbon index. Daarin bedraagt de overlap met de “gewone” MSCI World Index circa 90%, waardoor de transactiekosten veel lager uitvielen.’

Les 3: Ook na transitie blijft monitoring nodig
Gerben Lagerwaard (landenmanager Benelux bij State Street GA) zegt dat een esg-transitie voor bijvoorbeeld CO2-reductie niet ophoudt nadat een portefeuille is opgeschoond. ‘Het vraagt om een continue monitoring van bedrijven binnen en buiten de portefeuille. Dat is echt anders dan beleggingen beheren tegenover een standaard MSCI World Index.’

Volgens Lagerwaard kan een onderneming die in eerste instantie is verkocht vanwege zijn hoge CO2-uitstoot besluiten flink te vergoenen, waardoor het weer in aanmerking komt voor de portefeuille. ‘Tegelijkertijd kunnen bedrijven die nu groen zijn de komende jaren stilstaan, waardoor ze de loop van de tijd worden ingehaald door concurrenten die meer werk maken van duurzaamheid. Zo’n bedrijf zou je op termijn moeten verkopen.’

Hoek meent dat continue monitoring ook geldt voor asset managers. ‘Een pensioenfonds zal in de gaten moeten houden dat vermogensbeheerders niet per ongeluk toch een vervuilend bedrijf kopen dat het pensioenfonds heeft uitgesloten. Als het fonds werkt met meerdere aandelenmanagers, kan het raadzaam zijn alle transacties via dezelfde broker te laten lopen. Die kan de uitsluitingenlijst beheren en controleren of aankopen van asset managers daarmee stroken.’

Les 4: Ga niet over één nacht ijs bij beoordeling bedrijven
Bij een esg-transitie worden meerdere bedrijven uit de portefeuille verwijderd. Lagerwaard: ‘Je moet dan wel eerst zeker weten dat zo’n onderneming ook echt vervuilend is. Het is belangrijk goede data te hebben over de CO2-uitstoot van een bedrijf. Als groot pensioenfonds zou ik zeker gebruikmaken van meerdere data-providers en niet blindvaren op één aanbieder. Elke partij heeft immers zijn eigen meetmethodes.’

Als een pensioenfonds het vermogensbeheer heeft uitbesteed, raadt Lagerwaard het bestuur aan de asset manager kritisch te bevragen over hoe die tot zijn lijst komt met bedrijven die verkocht of juist gekocht moeten worden tijdens een esg-transitie.

Les 5: Voer discussie over gebruik van futures
Als een reeds bestaande esg-portefeuille verder wordt verduurzaamd, leidt dit geregeld tot discussies met klanten over het gebruik van futures, zegt Verbeeten. Futures zijn termijncontracten waarbij partijen vooraf een prijs en tijdstip vastleggen om aandelen te verhandelen.

Verbeeten: ‘Vaak worden alle bedrijven in het mandaat niet op hetzelfde moment aan- of verkocht. Daar kan best een paar weken overheen gaan. Het ene aandeel is meer liquide dan het andere en beurzen zijn op andere tijdstippen geopend. Ook kan het qua timing handig zijn om een aan- of verkoop nog even uit te stellen. Futures op een hele index kunnen helpen om verschillen te overbruggen, zodat je tijdens de transitie dezelfde blootstelling aan de markt houdt.’

Pensioenfondsen zijn in eerste instantie vaak terughoudend met het gebruik van futures omdat de esg-meting van de portefeuille tijdelijk kan tegenvallen. ‘Het fonds krijgt met een future indirect blootstelling aan vervuilende bedrijven binnen een index, die het misschien al niet meer in de eigen portefeuille had zitten. Als wij uitleggen dat het gebruik van futures maar tijdelijk is, gaan ze vaak toch akkoord.’

Hoek van Russell wijst erop dat er bij transities expliciet op esg-criteria kan worden gemonitord en gestuurd. ‘Hiermee wordt voorkomen dat er een mismatch ontstaat in de aan- en verkopen qua esg-profiel. Toch is het zeker bij transities waar het beleggingsuniversum verandert zaak om de gewenste marktexposure zo snel mogelijk te realiseren met bijvoorbeeld behulp van futures. Een mogelijke rendementsimpact weegt dan zwaarder dan een tijdelijke mismatch in het esg-profiel.’