Ondanks de coronacrisis steeg het pensioenvermogen in 2020 in de 22 grootste markten 11% naar $52.522 mrd. Dat schrijft het Thinking Ahead Institute van WTW in zijn jaarlijkse Global Pensions Assets Study.

In 2019 was het vermogen nog $47.289 mrd. De stijging vorig jaar komt door de rendementen die de fondsen maakten. ‘De door Covid-19 ingegeven recessie in maart 2020 zette centrale banken aan tot actie. Monetaire stimulering en renteverlagingen stuwden veel aandelen en obligaties naar een hoogtepunt’, zegt Marisa Hall van het Thinking Ahead Institute.

Pensioenvermogen in verhouding tot bbp

Net als andere jaren is Nederland koploper wat betreft het pensioenvermogen ten opzichte van het bbp. In 2020 was de verhouding 214%; in 2019 was dat 187%. 

Dat het aandeel pensioenvermogen versus bbp verder steeg, komt door de negatieve effecten op het bbp door de coronacrisis, terwijl de financiële markten aantrokken. Over de gehele linie was de verhouding tussen pensioenvermogen en het gemiddelde bbp in de 22 grootste pensioenmarkten 80% per eind 2020.

‘Nederland is altijd al koploper geweest’, merkt Hall op. Onder andere omdat Nederland veel bedrijfstakpensioenfondsen heeft, waar veel werknemers verplicht pensioen opbouwen. In 2010 was de verhouding pensioenvermogen/bpp in Nederland nog 121%.

Dc-vermogen in Nederland

In de zeven grootste pensioenmarkten, Australië, Canada, Japan, Nederland, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk, en de Verenigde Staten, vertegenwoordigt het dc-vermogen bijna 53% van de totale pensioenactiva, ten opzichte van 35% in 2000. In Nederland blijft het dc-aandeel nagenoeg gelijk. In 2010 was het dc-aandeel 7% en in 2020 was dat 6%.

Verder valt op dat duurzame investeringen groeien, zegt Hall. Deels door de pandemie: ‘Er is meer besef dat investeringen een directe impact hebben op de samenleving.’ De trend is vooral merkbaar in Europa en de Verenigde Staten.

Stelselwijziging zorgt voor andere manier van beleggen

Door de overgang naar het nieuwe stelsel in de komende vijf jaar zal er meer via het life-cycleprincipe worden belegd. Hall wijst op de noodzaak voor fondsen om hun bestuur, IT-structuren en technologie te moderniseren, terwijl zij ook moeten kijken naar meer kasstroom-gedreven investeringen, zoals infrastructuur.