Rendementen tot 28%, kosten voor vermogensbeheer die opliepen tot 1,59% en circa twintig fondsen met een beleidsdekking van onder de 100%. Zo zag 2019 eruit voor de 100 grootste Nederlandse pensioenfondsen.
 

Dat blijkt uit het jaarlijkse ‘bollenoverzicht’, dat Pensioen Pro vormgever Alexander Tolaro voor de derde keer heeft gemaakt. Een grafiek met een flinke informatiedichtheid. In één oogopslag zijn te zien: het rendement (X-as), de kosten vermogensbeheer (Y-as), de beleggingsdekkingsgraad van het fonds (kleur bol) en de omvang het belegd vermogen (grootte bol).

(tekst artikel loopt door onder grafiek)

bollen top 100

 

Wat opvalt, is dat de bollen grof gezegd in een soort lijn van links boven naar rechts beneden lopen. Dat betekent dat fondsen met relatief hoge vermogensbeheerkosten (inclusief transactiekosten) doorgaans lagere rendementen behaalden dan fondsen met lage kosten. De verdediging van hoge beleggingskosten is doorgaans dat ze op de langere termijn leiden tot een hoger rendement. 

Fondsen met hoge vermogensbeheerkosten en relatief lage rendementen waren Mars, Shell en TNO. De fondsen Recreatie, Kappers en Detailhandel hadden juist lage vermogensbeheerkosten en hoge rendementen.

De hoogste rendementen voor 2019, variërend van 24,9 tot 27,7%, zaten bij Beveiliging, Horeca & Catering, Detailhandel, Kappers en Recreatie. Ze hadden vermogensbeheerkosten die uiteenliepen van 15 tot 49 basispunten (ofwel 0,15 tot 0,49% van het belegd vermogen).

De laagste rendementen (van 10 tot 12,3%) waren weggelegd voor Nedlloyd, ING, IBM, Rabobank en Atos. De vermogensbeheerkosten van deze fondsen bewogen zich in de range van 25 tot 82 basispunten (0,25% tot 0,82%).